|
|
Dit is de preek van zondag 1 december 2013. Advent betekent komst. Er komt Iemand. Daar stellen we ons op in. Dat houdt de Kerk samen. Deze verwachting houdt de Kerk in leven. Onze samenkomsten in de Kerk zijn geënt op een eeuwenoude verwachting van de komst van Jezus in ons midden. De lezingen van vandaag leggen een verband tussen de komst van Jezus en de zondvloed in de tijd van Noah. Op vele plaatsen in onze wereld worden mensen al meegesleurd door een vernietigende vloedgolf: armoede, geweld en oorlog, maffiapraktijken, menshandel, drugs, aids, en zo voort. Als die vloedgolf ons overspoelt, is het te laat om er ons op voor te bereiden. Twee mannen, twee vrouwen, een van hen wordt mee gespoeld. Iedereen kan er slachtoffer worden. Wees dus waakzaam, wat je weet niet wanneer het gebeurt! Het beeld van de dief waarschuwt ons voor dezelfde werkelijkheid en roept ons eveneens op tot waakzaamheid. Doe wat een huiseigenaar doet als hij zou weten wanneer de dief komt. Maar Hij weet het niet. Hij moet dus waakzaam blijven. Het evangelie legt de nadruk op het onverwachte van het tijdstip van de komst van de Mensenzoon. Mensen eten en drinken, huwen en worden uitgehuwelijkt, werken op de akker, malen het graan. Het gebeurt alles automatisch, in sleur, omdat het zo hoort. Ze leven als verdoofd. Ze zijn wakker en toch niet wakker. Ze zien alles, ze horen alles, maar niets dringt tot hen door. Er is hoop voor ons met zijn komst: want hij gaat iets doen met zijn komst. Zoals de profeet Jesaja zei: Hij zal recht spreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden toe ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren. Mensen denken dat de ongerechtigheid en het kwaad steeds weer de overhand gaan krijgen in ons eigen leven en in de maatschappij. We voelen ons hulploos. We zien alleen maar moord, geweld, hongersnood en aardbevingen. Ze denken dat de mensen, groot en klein, elkaar beliegen en bedriegen en op eigen voordeel uit zijn. Ze willen niets liever dan verdoofd zijn omdat ze al die ellende niet langer kunnen verdragen. Ze willen niets liever dan slapen om geen onheilsprofeten meer te moeten horen. Ze verliezen hun waakzaamheid. Ze leven alsof God zelf ook lijdt aan dezelfde ziekte. Alsof Hij slaapt en nooit meer wakker zal worden. God slaapt niet, zegt Jezus. Hij is wel degelijk wakker. Hij heeft de tijd bepaald waarop Hij zal ingrijpen. Niemand kent de dag. Niemand weet het uur. Wij eten en drinken, wij huwen en worden uitgehuwelijkt. Wij bewerken het veld, malen het graan en denken: er is niets aan de hand. We wiegen onszelf in slaap. Wakker blijven, zegt Jezus. Onze wereld is als een scherm en achter en doorheen dat scherm is de Heer en zijn Rijk komende. Er zal niet altijd oorlog zijn. Er komt ooit een Rijk van ongestoorde vrede. De ongerechtigheid zal niet blijven victorie kraaien. Eens zullen goede krachten van de door God geïnspireerde liefde blijvend de bovenhand halen. Als we wakker blijven, zien we de bloem in de knop. Hier en daar barst ze al. Ze komt open. Eens zal ze in volle kleur, grootte en luister open bloeien. Er zijn al strepen licht door de wolken heen. Als we wakker blijven, merken we ze op. De zon komt op. We weten nog niet dat het de zon is. We zien alleen een lichtschijn. Straks is hert de stralende middag van de dag die nooit meer een avond zal kennen. Ja, aan het einde van de tunnel is naderbij. Het licht gaat verschijnen. Wacht, en blijft wakker. Alles komt goed. Pastor Mathew |
|