Dit is de preek van zondag 18 augustus 2013.



Maria ten hemelopneming


We vieren vandaag het hoogfeest van de Tenhemelopneming van de Heilige Maagd Maria. Dit feest heeft zijn fundament in de Bijbel: deze laat immers de Maagd Maria zien altijd in vereniging met haar zoon, haat goddelijke zoon. Er is een innige verbondenheid tussen Moeder en Zoon, Jezus en Maria, in de strijd tegen de helse vijand tot aan de volledige overwinning op hem. Deze overwinning houdt in de overwinning op zonde en dood. Zoals de verrijzenis van Christus in heerlijkheid het definitieve teken was van deze overwinning, zo is ook de verheerlijking van Maria tot in haar maagdelijk lichaam toe de definitieve bevestiging van haar volledige solidariteit met haar Zoon, zowel in de strijd als in de overwinning.

Maria is één van ons. Op dit feest vieren we dat Maria met haar lichaam en ziel bij God in de hemel is opgenomen. Maria vertegenwoordigt heel de mensheid, heel de aarde. Het is het feest van Maria, maar ook van heel de mensheid, van heel de aarde. De mensheid en de aarde hebben een toekomst in de hemel. Dat is de ontplooiing van wat God begonnen is in de menswording. Hij wilde niet ver van ons blijven, Hij wilde ons tegemoetkomen en Zich zozeer met ons verenigen, dat wij nooit meer zonder Hem zouden zijn. Hij niet zonder ons en wij niet zonder Hem.

Hij is één van ons geworden en wij zijn van Hem geworden. Maar God is niet tegen onze wil één van ons geworden. Hij respecteerde de vrijheid van de mens. Hij loopt niet zomaar bij ons binnen. In Maria vereren wij het vrije 'ja' van de mensheid op de vrije zelfgave van God. De toestemming van Maria is van meet af aan door de genade omvat. Haar 'ja' is geschenk, is een gave die God zijn komst in de wereld vooruit zendt. Deze gave is zelf weer mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van de heilige Geest in de mens, waardoor deze in staat is een vrij 'ja' tot God te spreken en hem bij Zich op te nemen en zijn intrek te laten nemen.

Toen gaf Maria haar inwilliging: zonder deze inwilliging wilde God niet mens worden. Maria heeft daarmee plaatsvervangend voor ons allemaal het 'ja' tot die menswording gesproken. Aan ons is het met dit 'ja' in te stemmen en vrij mee te doen. Maria is het voorbeeld van het geloof geworden. Wegens dit geloof werd zij zalig geprezen.

'Zalig' herinnert aan de grote zaligprijzingen van de bergrede. Het is de gelovende mens die hier zalig geprezen wordt. Het geloof richt zich op de mens geworden God en maakt hen in ons present. Deze zin van Paulus heeft een mariale betekenis. Zoals Maria God in haar hart heeft opgenomen, zoals zij Hem in haar lichaam heeft uitgedragen, zo moeten ook wij op onze manier de Heer gelovig in ons hart opnemen, zo moet Hij ook in ons en in ons leven gestalte aannemen.

Opgenomen in de hemel heeft Maria zich niet van ons verwijderd, maar blijft zij ons nog meer nabij en haar licht schijnt over ons leven en over de geschiedenis van heel de wereld. Aangetrokken door de hemelse schittering van de Moeder van de Verlosser, zoeken wij met vertrouwen onze toevlucht bij Haar die vanuit de hemel ons ziet en beschermt en ze bidt voor ons. Allemaal hebben wij haar hulp en troost nodig om de beproevingen en uitdagingen van elke dag aan te kunnen; wij hebben er behoefte aan haar gewaar te worden als moeder in concrete situaties van ons leven. En laten wij, opdat ook wij op een dag voor altijd zullen delen in dezelfde bestemming als zij, haar nu volgen in de volgzame navolging van Christus en in de edelmoedige dienst van de mensen. Dit is de enige manier om al tijdens onze aardse pelgrimstocht een voorproef te hebben van de vreugde en de vrede die ten volle beleefd worden door wie het onsterfelijke doel van het Paradijs bereikt.


Pastor Mathew






Terug