|
|
Dit is de preek van zondag 28 juli 2013. Lezingen: Gen. 18, 20-32. Kolosse 2, 12-14, Lucas 11, 1-13 Gisteren weer akelig beelden op het journaal uit Egypte en Turkije (Cairo en Ankara): Hoe een demonstratie met geweld wordt bestreden, en er vele slachtoffers vallen, en dan hebben we het geeneens over de andere vuurhaarden, die door het noodweer in Nederland even buiten beeld bleven. Waarom grijpt God niet in!?! Er is veel kritiek op God omdat Hij niet ingrijpt, of meer omdat wij vinden dat God niet, of verkeerd ingrijpt! Inzoverre we Gods wegen kunnen doorgronden, ligt het antwoord misschien in de lezingen van vandaag. We horen hoe God wordt getergd om in te grijpen: Hoe groot het onrecht is waardoor onschuldig bloed, als een aanklacht tegen de mensheid opstijgt naar God: Zo staat er: “Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra op! Uitermate zwaar is hun zonde! Ik ga naar beneden om te zien of hun daden werkelijk overeenstemmen. Met de roep die tot mij is doorgedrongen! Ik wil het weten!” God blijft niet op een afstand toekijken, maar daalt af om zelf te ervaren, en te zien wat mensen elkaar aandeden. Net als bij de Zondvloed wordt ook God nu boos en bedroefd tegelijk en wil hij als opnieuw beginnen. Zo kan het niet verder. Dit is geen leven meer. Dit is een levende hel, wat mensen elkaar aandoen! Maar tegen al dat geweld, toont Abraham zich een waarachtige gelovige. Ook hij heeft de ellende gezien (Misschien stelt God, Abram’s geloof zelf, hier op de proef). Hij laat Abraham smeken; God, laat de goeden niet onder kwaden lijden!! Wie het ook mogen zijn, voor de gelovige Abraham zijn het geen naamloze, vreemde mensen die verschrikkelijke dingen doen. In ieder geval weet hij dat er tussen ook goede mensen zitten. En Abraham pakt het goed aan: als een ware handelaar, weet hij hoe hij het aan moet pakken... Hij spreekt God aan op zijn gevoeligste punt: Zijn trouw aan mensen; Zijn gevoel voor rechtvaardigheid. Maar ook zijn barmhartigheid. Het zijn die eigenschappen van God, waardoor God ook in beweging kwam. ‘God, Ú kunt toch niet toestaan, dat de goeden onder kwaden moeten lijden’.‘God, die Rechtvaardig is, kunt toch niet toestaan, dat rechtvaardigen onrecht wordt aangedaan.’ En Abraham begint te sjacheren met God. Maar allengs wordt duidelijk dat de prijs steeds hoger wordt, als er zelfs geen 10 goede mensen meer lijken te vinden, die de stad nog menselijk maken. En als blijkt dat het nog geen vijf zijn, en God die wegleidt,breekt werkelijk de hel los: Het onheil wat mensen over zichzelf hebben afgeroepen. Ook Jezus roept op, om niet bang te zijn om te vragen. Hij leert ons te bidden en om niet bang te zijn. En dat wij ons ook als kinderen van Abraham moeten gedragen... Abraham dacht immers niet alleen aan zichzelf. Hij dacht ook aan anderen. Zo leert Jezus ons ook bidden: niet in de eerste plaats in de “Ik” vorm: “Ik” wil, maar in de “wij” vorm: Hij begint met “Onze” vader. Niet alleen die van mij, maar van alle mensen, (Of ze het nu geloven of niet) Of ze nu rechtvaardig/goed zijn of niet. Daarna komt pas het individuele gebed. En Hij verzekert: “vraagt en u zal gegeven worden, Zoekt en gij zult vinden. Klopt en er zal worden opengedaan” “Ja maar”, kan iemand zeggen, “daar heb ik weinig van gemerkt, we bidden al zolang voor vrede...”. “En waarom grijpt God niet in?“. Of ‘ik bid al zo lang om goede gezondheid, en wat heeft het mij opgeleverd...?” Jezus gebruikt het beeld van God als vader: “Zal een vader als zijn zoon om een brood vraagt hem een steen geven?. Zal hij als om een vis gevraagd wordt een slang geven? Zal hij als om een ei gevraagd wordt een schorpioen geven ?“. Een vriend, een vader, zal misschien niet altijd dat brood kunnen geven, zoals wij dat graag zouden willen. Misschien zelf niet die vis, waarop wij gehoopt hadden. Misschien zelfs niet het kwaad keren, wat wij zozeer vreesden. Maar net als een vriend en als een echte vader, zal ons zeker geen steen geven, geen slang laat staan een schorpioen. Het antwoord op het geweld en de pijn en de vragen, is helaas niet altijd eenduidig: het wegnemen ervan... (Net als bij het geweld in Sodom, waar het complexer is dan het lijkt,) We kunnen wij niet altijd vermoeden, waarom iets gebeurt, maar mogen we God erop aanspreken en erop vertrouwen, dat God ons smeken hoort, Maar hoe hij zélfs het kwaad in de wereld ten goede kan keren, dat zullen we niet altijd kunnen begrijpen, en in dit leven misschien nooit. Maar hij doet wel een beroep op ons, zoals ook paus Franciscus in Brazilië opriep om niet het gebed en oproep tot rechtvaardige solidariteit op te geven. Maar om te blijven bidden en vragen, en om in Gods naam, waar geen menselijkheid is, een mens te zijn, die in zijn gebed en zorg laat zien dat God niet op een afstand blijft, maar meelijdt en leeft tot wij bij Onzevader de voltooiing zien, waar al het leed en kwaad zal zijn overwonnen. Moge wij niet opgeven te blijven bidden en leven voor onszelf, elkaar en anderen. Overweging pastoor Roland Putman ofm |
|