|
|
Dit is de preek van zondag 14 juli 2013. “Heer Jezus, wat moet ik doen om voor altijd gelukkig te worden?” dat is een vraag van ieder van ons. Wat denk je zelf? Wat heb je geleerd om gelukkig te worden?” zou het antwoord zijn van Jezus. Dan zouden we zeggen van wat we weten en leren van onze ouders, van de kerk: ja, liefde tot God en lief te zijn voor onze naaste”. Dan komt de vraag: wie is mijn naaste? Toen vertelde Jezus een verhaal en dit verhaal wijst ons het centrum van onze christen zijn. Er was eens een man die van Jeruzalem naar Jericho reisde. Onderweg werd hij overvallen door rovers. Die namen al zijn spullen mee en sloegen hem zo hard dat hij niet meer op kon staan. Toevallig kwam er een priester langslopen. Toen hij de man zag, ,liep hij er met een grote boog omheen. Datzelfde deed een leviet. Een Samaritaan die voorbijkwam, kreeg medelijden, ging naar de man toe en verzorgde zijn wonden. Daarna bracht hij hem naar een herberg waar hij de hele nacht kon rusten. De volgende ochtend gaf de Samaritaan geld aan de herbergier en zei: ‘ik moet verder. Maar zorg goed voor deze man. Als het meer kost dan dit, betaal ik het u op de terugweg terug’. Dat was het verhaal. Jezus keek de mensen rondom en vroeg: ‘wie van deze drie is de naaste geworden van de gewonden man?’ De mensen zeiden: De man die medelijden had en voor hem gezorgd heeft’. Toen zei Jezus: ‘Doe dan net als hij en ju zult gelukkig worden’. Die Samaritaan is een man naar Gods hart omdat hij handelt uit liefde tot zijn naaste. Zijn liefde is grensoverschrijdend. Alleen zo’n liefde kan van een vijand een vriend maken. Deze liefde is niet wettisch maar is een innerlijke houding die opwelt uit een hart dat God en de naaste waarlijk liefheeft. Het is niet alleen een houding, maar een houding die durft zijn leven durven riskeren. Beste mensen, met zijn parabel toont Jezus aan dat er geen grenzen zijn aan de naastenliefde. Hij toont ook aan dat de wet kennen niet voldoende is. Nee, we moeten de wet niet alleen kennen, we moeten hem vooral doen. Die Samaritaan kent de wet misschien niet eens, maar hij staat er niet eens bij stil dat die gekwetste man een jood is die hem wellicht niet eens waardeert, omdat hij een Samaritaan is. Hij leeft misschien niet volgens de juiste principes, normen en wetten, maar hij reageert wel heel menselijk, zoals God dat wil. In de eerste lezing hoorden we: ‘Gods woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.’ We weten dus zeer goed wat we moeten doen voor mensen in nood, want Gods woord leeft in ons en leeft onder ons. Het is dus goed als we dat woord altijd volgen. Als we helpen waar nood is. Zoals die Samaritaan dat deed. En vooral: zoals Jezus ons voordeed in woorden en daden. De mensen in nood, wie dan ook, zijn onze naaste. Als we hem of haar lief willen zijn, dan mogen we ook gelukkig zijn, dan hebben we het eeuwige leven. Pastor Mathew |
|