|
|
Dit is de preek van zondag 24 februari 2013. Als we de volgende zondag hier in onze kerk samen komen, hebben we allemaal een vraag: wie zou de volgende paus worden? Want Paus Benedictus XVI is op 28 februari afgetreden en hij is vanaf die tijd Paus Emeritus. De pijnlijke misbruikschandalen waar priesters en bisschoppen bij betrokken waren, de leegloop van kerken en kloosters, het gebrek aan geestelijke roepingen, etc. geven aan dat het niet echt goed gaat met onze Kerk. We worden moedeloos. We merken dat ook aan Jezus’ laatste woorden vóór zijn hemelvaart: Hij zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ Die woorden zegt Jezus ook tegen ons: dat Hij altijd bij ons is. En als we soms eens moedeloos of hopeloos zijn, neemt Hij ons mee naar de berg. Zoals Hij Petrus, Jacobus en Johannes meenam naar de berg Tabor, omdat zij moedeloos waren. Moedeloos en bedroefd omdat Hij zijn lijden en dood had aangekondigd. Ze gaan de berg op. Wat zien de leerlingen daar? Terwijl hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en zijn kleren werden stralend wit. Hij wordt de God-mens in al zijn heerlijkheid. Zodat zijn apostelen weten, en zoals ook wij dat weten: na elk lijden en sterven komt de heerlijkheid van de verrijzenis, na elk verdriet komt er vreugde, na elke pijn groeit er geluk. Want aan het einde van elke tocht, van elk verdriet, van elke pijn en van elke ontgoocheling wacht God ons op, en Hij zegt: ‘Ik ben altijd bij u, tot aan de voltooiing van de wereld.’ Beste mensen, het is dus goed dat we als manier van spreken de berg eens opgaan, weg van onze dagelijkse problemen, weg van wat ons aan en op de aarde bindt. En het is goed wanneer we in deze veertigdagentijd leven zoals Jezus ons op Aswoensdag heeft voorgehouden: ‘Bidden, vasten, en delen’, zei Hij, ‘zo zal uw gerechtigheid zijn.’ Bidden zoals Hij ons dat heeft geleerd. Voor onszelf, voor de wereld, voor anderen, voor een goede paus. Vasten door soberder te leven. En delen met het doodarme volkeren waarvoor Broederlijk Delen onze hulp vraagt. Laten we dus ons best doen om Jezus’ woorden tot onze daden te maken. Vanuit het geloof dat we delen met Hem. Het geloof dat God ons nooit in de steek laat, en dat Hij zijn wereld niet in de steek laat. Dat moeten wij dan ook doen: luisteren naar Hem. "Luistert naar Hem." Het moet stil worden in onszelf; alle geluiden, alle verstrooiingen, al het andere moet weg. Daarvoor is de veertigdagentijd, zodat er inderdaad niets is tussen ons en God, tussen mij en Jezus. Ook onszelf niet. Zuiver moeten we zijn om God te kunnen aanbidden. Dat is de genade waarom wij in de Veertigdagentijd vragen en die ons dan ook zal worden geschonken. Dat brengt het geloof in God met zich mee, dat wij inderdaad voor Hem en voor Hem alleen zijn. Die mogelijkheid hebben we ook in onze parochie op een aparte manier: aanbidding. Daardoor mogen we allen zijn met onze Heer. Hij luistert naar ons. In de stilte mogen we ook naar Hem luisteren. Die contact is een unieke gelegenheid voor ons zodat onze band met Hem mogen versterkt. En Jezus is ook blij dat Hij binnen in ons leven een kijkje mag hebben. Aanbidding is een moment van blijdschap in stilte; een moment van overgeven aan Gods handen. En Hij geeft het terug met zijn zegen. Ik nodig iedereen uit om de aanbidding bij te wonen. Zoals we in het evangelie hoorden: ‘Luister naar Hem’. We luisteren naar Hem in de stilte van de aanbidding. Hij zou zijn zegen aan ons in overvloed laten stromen. Pastor Mathew |
|